Veelgestelde vragen

Home » Over onze school » Veelgestelde vragen

Alles over vrijeschoolonderwijs

Op de vrijeschool is er gelijk verdeelde aandacht voor de ontwikkeling van intellectuele, creatieve, kunstzinnige, praktische, motorische en sociale vaardigheden. Jongens en meisjes leren rekenen, schrijven, lezen, breien, toneelspelen, bewegen op muziek, tekenen, filosoferen, samenwerken, zingen, vreemde talen, luisteren, boetseren, aardrijkskunde, tekenen, geschiedenis en ga zo maar door.

Op vrijescholen leren kinderen net zo goed rekenen, schrijven, lezen en al die ‘standaard’ vakken. Elke leerling wordt net als op andere scholen voorbereid op het halen van het eindexamen.  

Vrijescholen zijn niet vrij van regels. Docenten op een vrijeschoolse basisschool zijn eerder authoritatief; de leerkracht geeft leiding, is begripvol, betrokken en biedt de kinderen een liefdevolle begrenzing.

Dat vrije is oorspronkelijk een verwijzing naar het vrij zijn van overheidsbemoeienissen (dat is nu niet meer het geval) en de onderwijssoort waar kinderen in hun ontwikkeling gesteund worden een vrij denkend, voelend en willend mens te zijn.

De basis van de vrijeschool ligt in Duitsland waar de eerste Waldorfschool werd opgericht.

Kinderen leren naast het normale vakkenpakket een hele hoop andere vakken en vaardigheden. En dat alles zonder de enorme prestatiedruk die op veel andere scholen heerst. Kinderen mogen lang kind zijn; in de kleuterklassen mag nog gespeeld worden, er is op de basisschool aandacht voor bewegend leren en activiteiten in de natuur, ze krijgen handelings- en ervaringsgericht onderwijs en huiswerk blijft lang achterwege. Op vrijescholen wordt niet een vat gevuld, maar een vlam ontstoken. Kinderen leren zogenaamde softskills waardoor zij optimaal zijn voorbereid op een toekomst waarbij vooral creatieve, innovatieve, zelfbewuste, open minded mensen zich onderscheiden.

Natuurlijk worden kinderen op andere scholen ook groot! En toch kies ik voor de vrijeschool omdat ik mijn kinderen de luxe gun om in rust, kwaliteit te leren in plaats van onder voortdurende prestatiedruk voorbereid te worden om zo snel mogelijk groot te worden.

Op vrijescholen zijn alle kinderen welkom, onafhankelijk van religie, etniciteit of wereldaanschouwing. Ook het inkomen van de ouders speelt geen rol.

Rudolf Steiner is de grondlegger van de vrijeschoolpedagogiek. De antroposofie ligt ten grondslag aan de vrijeschoolpedagogiek, maar is geen lesstof voor de kinderen.

Nee, de vrijeschool is er voor iedereen. De docenten zullen, met bewustzijn voor de talenten die de kinderen zelf mee brengen, het onderwijs zo proberen vorm te geven dat ieder kind tot zijn of haar recht komt.
Door het kunstzinnig leren van reguliere stof of het leren met inzet van het hele lijf, worden, zo blijkt uit hersenonderzoek, de hersens anders aangesproken. Op die manier scholen kinderen zich in een gedifferentieerd waarnemingsvermogen op de wereld en ontwikkelen zij een creatieve, inventieve en scheppende talenten.  

Nee, alle kinderen zijn welkom op de vrijeschool. Vrijescholen krijgen wel vaak kinderen die later instappen omdat ze op een andere school niet op hun plek waren of over het hoofd werden gezien.

Het klopt dat in de lagere klassen geen cijfers worden gegeven. Het werk van de kinderen wordt natuurlijk wel beoordeeld. Er wordt naast de resultaten ook gekeken naar de individuele ontwikkelingen van het kind op het gebied van leren en persoonlijkheid.
Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen blijft een kind zitten op een vrijeschool. Samen met de ouders is dan gekeken naar waar een kind het beste op zijn plaats is. Het leerresultaat alleen resulteert niet in zitten blijven.

Het vrijeschoolonderwijs is in grote mate handelings- en ervaringsgericht. Eigen initiatief leren kinderen op vrijeschool niet door prestatiedruk, maar ontstaat vanzelf door het enthousiasme van de kinderen, de interesse en het rijk aangeboden vakkenpakket.
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen van vrijescholen leren veel langer leuk vinden en een grotere intrinsieke motivatie hebben om te leren dan kinderen van reguliere scholen.  

De kerndoelen van de overheid voor het onderwijs, gelden ook voor vrijescholen.
De meeste vrijescholen gebruiken landelijk gerenommeerde toetsen als het Cito leerlingvolgsysteem. Gedurende de gesprekken met de ouders, spreken ouders en leerkrachten over de leervorderingen van de kinderen. Naast de cognitieve leerresultaten zijn daarbij ook de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van belang.

Aan het einde van elk schooljaar krijgen de leerlingen een getuigschrift. In het getuigschrift zit een persoonlijk deel voor de leerlingen, dat in een kunstzinnige vorm is gegoten. Het overige deel is aan de ouders en daarin worden de ontwikkelingen van het kind per vakgebied beschreven. 

Sommige kinderen vallen op in de klas. Soms gaan dingen te makkelijk en soms heeft een kind steun nodig op zijn ontwikkelingsweg. De extra steun kan nodig zijn op het gebied van de motorische-, emotionele- of cognitieve ontwikkeling.
Achter elke klassenlereaar staat een heel team bereid om mee te kijken en mee te denken. In dat zorgteam werken verschillende disciplines samen, zoals een intern begeleider, kunstzinnige therapeut, remedial teacher en schoolarts.
Samen wordt gekeken welke hulp nodig is en in overleg met de ouders komt er dan een hulpplan. Kinderen krijgen extra begeleiding in de klas, aangepaste opdrachten, therapie, werk in een plusklas of soms wordt gezocht naar passende begeleiding buiten school.

60% van hun leerlingen gaan naar HAVO/VWO en 40% naar het VMBO (op reguliere basisscholen ligt dat percentage precies andersom).

De overstap van de vrijeschool naar de reguliere middelbare school verloopt doorgaans probleemloos. Vrijeschoolkinderen worden vaak getypeerd als creatieve denkers, betrokken bij de school. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt bovendien dat vrijeschoolleerlingen het leren leuk blijven vinden, ook aan het einde van de schooltijd.

Nee, de antroposofie ligt ten grondslag aan de vrijeschoolpedagogiek, maar is geen lesstof voor de kinderen.

Vrijescholen zijn niet tegen digitale middelen, maar zijn wel voorstanders van een bewust gebruik. Bij kleine kinderen zijn dit soort media gewoonweg nog niet nodig, kinderen komen vroeg genoeg in aanraking met digitale middelen en lopen om die reden nooit een achterstand op in hun digitale kennis. Kinderen leren ook bewust omgaan met digitale- en sociale media.

Levend onderwijs is inspirerend en met een computer kan je geen band opbouwen. Een leerkracht die aan het werk is, zet aan tot werken. Het zelf ervaren en het zelf doen, inspireert en maakt leergierig.

Op een vrijeschool wordt de eerste twee uur van elke dag periodeonderwijs gegeven. Gedurende 3 of 4 weken werken de kinderen aan een bepaald vakgebied en diepen een bepaald onderwerp helemaal uit, waardoor een grote binding met de stof ontstaat.

Vrijescholen zijn er voor iedereen, onafhankelijk van religie, etniciteit of wereldaanschouwing. Ouders kiezen er zelf thuis voor wat zij hun kinderen op dit vlak willen meegeven.

Op vrijescholen wordt wel veel aandacht besteed aan het ritme van de seizoenen. Daarbij passen ook een aantal jaarfeesten. In de Europese- Christelijke traditie zijn dat het Sint-Michaëlsfeest, het Sint-Maartensfeest, advent, Kerstmis en Driekoningen, Maria Lichtmis, Pasen, Pinksteren en het Sint-Jansfeest. Iedere school legt daarbij andere accenten en de invulling verandert ook naarmate de kinderen ouder worden. Het Christelijke aspect is daarbij secundair.

Op de vrijeschool worden verhalen verteld uit de verschillende godsdiensten die de aarde rijk is. Denk daarbij aan de Islam, het Zoroathrisme, het Christendom en bijvoorbeeld het Boeddhisme.

Voor kinderen is een jaar lang en onoverzichtelijk. Het vieren van jaarfeesten brengt een prettige, feestelijke structuur aan. Het geeft kinderen houvast en het brengt kwaliteit aan het alledaagse leven.

Als je je kinderen naar de vrijeschool brengt dan ben je jezelf met je eigen achtergrond en voorkeuren. Eigenlijk bestaat er geen antroposoof, je kan leven met de antroposofie of de antroposofie als inspiratiebron hebben. De meeste vrijeschoolouders kiezen bewust voor de vrijeschool en halen inspiratie uit de antroposofie.

Wil je mijn krenten-in-de-pap-antroposofische levensstijl leren kennen?

Om een rijk programma aan de kinderen aan te kunnen bieden zijn extra middelen nodig om daarin te kunnen voorzien. Leerkrachten hebben een maximaal aantal werkuren en de school heeft de financiële middelen voor een basispakket voor het onderwijs. Mooie (biologische) materialen zoals wol, bijenwas, krijtjes, schriften, houten speelgoed, etc. kosten extra geld. De school maakt ook extra kosten voor docenten die op andere reguliere scholen niet werken. Om onze kinderen die extra’s te kunnen meegeven is een vrijwillige ouderbijdrage nodig. Geld zou volgens de antroposofische visie nooit een rol mogen spelen bij het wel of niet kunnen betalen van een school.

Kinderen gedijen vaak het beste op een school als er een prettige driehoeksverhouding bestaat tussen de ouders, het kind en de school. Een goede ouderparticipatie komt ook de leerresultaten ten goede en is daarbij ook gewoon leuk. En daarom is het fijn als ouders naar de ouderavonden komen, er luizenvaders zijn, jaartafelmoeders, ouders zijn die de jaarmarkt organiseren en ouders die soms even helpen de klas te vegen. Daarbij zijn er natuurlijk de zeer geliefde jaarfeesten. De rijkdom van die feesten kan alleen bestaan met de hulp van ouders.